|
Wie 1 januari weer wil aangrijpen voor goede voornemens, kan beter een nieuw voornemen bedenken. Wetenschappelijk onderzoek toont namelijk aan dat als een voornemen een eerste keer wordt gemaakt de kans op succes het grootst is. Nieuwe pogingen falen vaak.
Het merendeel van de Nederlanders kampt met het zogenoemde 'valsehoopsyndroom'. Slechts minder dan een kwart van de mensen maakt uiteindelijk de goede voornemens waar, zo blijkt uit onderzoek aan de Radboud Universiteit van Nijmegen. Hoogleraar sociale psychologie prof. dr. Roos Vonk volgde via internet een grote groep Nederlanders. Van de 2200 ondervraagden had meer dan de helft goede voornemens.
De meeste gingen over de gezondheid: afvallen, meer bewegen, stoppen met roken en minder drinken. Andere voornemens sloegen vooral op stress: ander werk zoeken, meer rust en een betere werk-privé balans of het vinden van een nieuwe liefde. Slechts 24 procent had succes.
Wil je slagen in je goede voornemens, dan heb je de meeste kans op een goed resultaat als je voornemen vereist dat je in actie komt. Voornemens die vereisen dat je iets gaat doen, bijvoorbeeld sporten, vaker worden uitgevoerd dan voornemens die vereisen dat je iets moet laten, zoals minder eten, aldus Vonk.
Degenen die slaagden hadden meestal voor de eerste keer dit voornemen.
Bron: Gezondheid Blog
|