|
Gezonde eetgewoontes aanleren wil zeggen dat u leert op vaste tijden en gevarieerd te eten. Regelmaat en variatie zijn dus belangrijk. U bepaalt wannéér en wát er gegeten wordt. Uw kind bepaalt daarbij hoeveel hij eet. Uw kind kan namelijk prima aangeven wanneer hij genoeg gegeten heeft en zal zichzelf echt niet uithongeren.
Regelmaat Probeer uw kind te leren dat er vaste momenten op de dag zijn waarop er tijd voor eten en drinken is. Dit kan door uw kind naast de drie hoofdmaaltijden op vaste momenten iets tussendoor te geven. Hij raakt dan gewend aan deze vaste tijdstippen, waardoor hij minder snel trek zal hebben op de momenten daartussen. En het is duidelijk: hij weet dat hij verder niet hoeft te vragen om eten.
Variatie Een gezonde voeding is een gevarieerde voeding. Er is namelijk niet één soort eten en drinken waar genoeg van alle voedingsstoffen in zit. In bruin brood zitten vezels en B-vitamines, in vlees zit ijzer en in groente en fruit zitten diverse vitamines. En in iedere groentesoort en fruitsoort zitten die vitamines weer in verschillende hoeveelheden. Dus door te variëren krijgt uw kind genoeg van alle gezonde stoffen.
Smaak Ieder kind houdt weer van andere dingen. De een is dol op worteltjes, de ander houdt meer van boontjes. De meeste kinderen vinden zachte en zoete smaken lekker. Bittere groentesmaken vinden ze zeker in het begin vaak niet lekker. Dat is heel normaal. Uw kind moet wennen aan zo’n nieuwe, vreemde smaak. Soms moet een kind ongeveer 10 keer iets proeven voordat het echt gewend is en de smaak leert waarderen. Laat merken dat u het zelf wel lekker vindt. Sommige nieuwsgierige kindjes willen dan toch wel graag proberen wat papa en mama eten!
Hieronder wat handige tips om gezonde eetgewoontes aan te leren:
Houd vaste tijdstippen aan voor maaltijden en tussendoormomenten. Zorg dat uw kind niet te moe is voor de avondmaaltijd.
Eet zo veel mogelijk met het hele gezin tegelijk. Maak het gezellig maar niet te lang.
Uw kind doet u na. Geef dus het goede voorbeeld: eet gezond, zet de tv uit en ga niet lezen aan tafel.
Laat uw kind af en toe zelf kiezen (bijvoorbeeld tussen twee soorten beleg of twee groentesoorten).
Schep een klein beetje op en laat uw kind dan zelf bepalen hoeveel het opeet. Het bordje hoeft niet leeg. Een tweede bordje mag ook.
Als uw kind niet of weinig wil eten van wat op zijn bordje ligt, geef dan ook niks anders en geen extra tussendoortjes om de maaltijd te vervangen. Met dat laatste houdt u het slechte eten tijdens ‘etenstijd’ namelijk in stand.
Beloon uw kind niet als het zijn bord met groenten opgegeten heeft. Hierdoor kan het gaan denken dat groenten eigenlijk niet lekker zijn. Ga uw kind ook niet straffen door bijvoorbeeld het toetje niet te geven.
Geef uw kind een compliment als hij gezellig aan tafel heeft gezeten.
Bron: Het voedingscentrum
|